Logo Universiteit Utrecht

YOUth

Het laatste nieuws

Interview met deelnemer: Nena

Bij het YOUth-onderzoek zijn vele verschillende mensen betrokken: ouders die deelnemen, onderzoekers die de data verzamelen, hoogleraren die het geheel overzien, verloskundigen die helpen met werven. Allemaal hebben ze zo hun eigen redenen om betrokken te zijn bij het KinderKennisCentrum. Het komende jaar willen we jullie graag deelgenoot maken van de bijzondere, ontroerende en inspirerende verhalen die achter de schermen van ons onderzoekscentrum leven. Vandaag het verhaal van Nena, die middenin de pandemie voor het eerst moeder werd.

“Het leukste onderdeel van het onderzoek, tot nu toe, vond ik de test waarbij mijn dochter met zo’n mutsje op kleine opdrachten moest uitvoeren. Bij een ervan kreeg Ivy een beeldscherm voor zich met verschillende plaatjes waarop je gezichten zag, maar ook voorwerpen. Ze keek gelijk naar de gezichten. Dat had ik wel verwacht. Ivy zit op het moment in een eenkennige fase en ‘vreemde mensen’ bekijkt ze heel serieus; ze scant hun hele gezicht met zo’n blik van ‘ben jij te vertrouwen?’. Ik vond het alleen wel een beetje confronterend dat ze, na de gezichten, het langst naar de mobiele telefoon keek. [Lacht.] Ai.

Ivy is onze eerste dochter. Ik wilde altijd al moeder worden. Ik keek er zelfs zo erg naar uit dat ik bijna bang was dat het tegen zou vallen als het eenmaal zover was. Nou, dat bleek totáál niet zo. Het is beter dan wat ik ervan verwacht had. Het enige waar ik niet helemaal op voorbereid was, is hoe emotioneel overweldigend het allemaal is. Je bent zo blij, maar soms word je ineens overvallen door verdriet of angst. Nu snap ik dat mijn moeder weleens zei: ‘Je gaat nooit meer helemaal zorgeloos door het leven.’ En die hele intense beleving voelt tegelijkertijd normaal. Ze is er, het is goed; ze hoort bij ons leven.”

Bubbel
“Ivy is op 7 maart 2020 geboren. De week erna ging de eerste lockdown in. Dat was een vrij bizarre en heel dubbele ervaring. Iedereen had me van tevoren gewaarschuwd om het die eerste periode rustig aan te doen. Lekker met m’n gezin van onze bubbel te genieten. Dankzij de lockdown konden we niet anders. Het was ook wel fijn dat, tegelijk met ons, de hele wereld in een soort bubbel zat. Ik kan me voorstellen dat je in een normale situatie zou denken: hallo! Het belangrijkste op aarde is gebeurd, hoezo doet iedereen wat-ie normaal ook doet? [Lacht.] Uiteraard besef je ergens wel dat de geboorte van jouw kind voor de meeste mensen niet zo’n wereldschokkende verandering is als voor jou, maar toch verwacht je bijna dat de wereld even stilstaat. En dat deed de wereld ook. Ik denk dat het voor Ivy eigenlijk een hele fijne, rustige start is geweest om zo middenin een pandemie ter wereld te komen.”

Doorzetter
“Ik had nooit verwacht dat ik Pedagogische Wetenschappen zou gaan studeren. Ik wist alleen dat ik ‘iets met mensen’ wilde doen, lekker vaag. SPH [Sociaal Pedagogische Hulpverlening, red.] leek me wel wat. En dat klopte, de studie paste goed bij mij. Tijdens mijn opleiding vond ik een bijbaan als begeleider bij de organisatie waar ik nu werk. Zij hadden destijds een logeerhuis in Culemborg, waar kinderen en jongeren met een beperking in het weekend terechtkonden. De eerste dag dat ik daar meeliep, dacht ik: o nee, wat heb ik gedaan? Ik vond het zó heftig. Ik was nog niet binnen of een cliënt met een zware vorm van epilepsie kreeg een toeval. Hij viel plat met z’n gezicht op de grond. Meteen chaos. Een andere cliënt werd woedend; hij kon niet tegen verandering of nieuwe mensen. Niks voor mij, dacht ik, toen ik ’s avonds thuiskwam. Maar ik ben een doorzetter en ik gaf mezelf drie maanden. Als ik het dan nog niks zou vinden, mocht ik stoppen. En natuurlijk: binnen drie maanden hadden ze mij volledig om hun vinger gewonden. Ik zie mijzelf niet meer snel vertrekken uit de gehandicaptenzorg.”

Superkrachten
“In het tweede studiejaar van SPH kregen we een blok jeugdcriminaliteit. O, wat vond ik dat geweldig. De docent, die ook op de universiteit lesgaf, vroeg: ‘Heb je er weleens over gedacht om naar de universiteit te gaan?’. Maar ik dacht, dat kan ik niet. De universiteit was voor mij een mysterieuze plek waar alleen de echt slimme mensen kwamen. Gelukkig kom ik uit een praatgezin. Bij ons thuis is alles bespreekbaar. Zo was het vroeger al. Mijn ouders waren altijd heel eerlijk en open over hun opvoeding: over de keuzes die ze maakten, maar ook over de zaken waar ze mee worstelden. Mijn moeder was 21 toen ze mij kreeg, mijn ouders waren heel jong toen ze een gezin startten. Toen ze wat moeilijkheden kregen met de opvoeding van mijn broertje, vertelden ze ons heel eerlijk dat ze hulp nodig hadden, omdat ze graag het juiste wilden doen als ouders. Een orthopedagoog heeft hun toen handvatten gegeven waar ze concreet mee aan de slag konden. Het heeft mijn ouders zoveel duidelijkheid, en ons gezin zoveel rust gebracht. Ik realiseerde me dat mijn ouders geen superkrachten hebben. Zij hebben het ook maar zelf moeten leren. En het is echt heel moeilijk om een opvoeder te zijn, om dat goed te doen, om altijd maar het geduld en de tijd te hebben en de juiste dingen te zeggen. Toen ik mijn ouders mijn dilemma voorlegde – is het wel verstandig om halverwege mijn studie SPH ineens naar de universiteit te gaan, wat als ik het niet red? – zeiden ze overigens echt álle juiste dingen en stelden ze alle goede vragen. Nadat ik vervolgens stiekem een hoorcollege Pedagogische Wetenschappen bijwoonde en daar heel enthousiast over was, wist ik het zeker en heb ik de stap gezet.

Omdat ik orthopedagoog ben, denken sommige mensen dat ik ‘alles al weet’. Als ze dat zeggen moet ik heel hard lachen. Ik heb dan misschien veel kennis over opvoeden en de ontwikkeling van kinderen, maar dingen weten en ze kunnen toepassen is een ander verhaal. Ook al weet ik dat het heel pedagogisch verantwoord is om iets op een bepaalde manier te doen, kan ik het soms evengoed irritant of moeilijk vinden. Ik heb gewoon dezelfde struggles als iedere andere moeder, hoor!”

Nena Pool werkt als orthopedagoog bij Syndion, een organisatie voor mensen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en mensen met niet-aangeboren hersenletsel.