Logo Universiteit Utrecht

YOUth

Blog

Interview met verloskundige: Peggy

Bij het YOUth-onderzoek zijn vele verschillende mensen betrokken: ouders die deelnemen, onderzoekers die de data verzamelen, hoogleraren die het geheel overzien, verloskundigen die helpen met de werving. Allemaal hebben ze zo hun eigen redenen om betrokken te zijn bij het YOUth-onderzoek. Het komende jaar willen we jullie graag deelgenoot maken van de bijzondere, ontroerende en inspirerende verhalen waar wij in ons onderzoekscentrum dagelijks mee te maken krijgen. Vandaag aan het woord: verloskundige Peggy, die al 32 jaar het mooiste vak ter wereld heeft.

Peggy: “Als een kind gedragsproblemen vertoont, is vaak de eerste vraag van het consultatiebureau of de jeugd-GGZ: ‘Waren er bijzonderheden tijdens de bevalling?’ Als verloskundige raakt die vraag wel mijn achilleshiel, al begrijp ik waarom ze ‘m stellen. Als een kind prematuur, dysmatuur [met een te laag geboortegewicht, red.] of met een matige start ter wereld komt, kan dat later gevolgen hebben. Maar door mijn beroep weet ik óók dat twee kinderen in één gezin die allebei op precies dezelfde manier ter wereld komen, zich ieder op een compleet andere manier kunnen ontwikkelen. Die verschillen zijn echt niet allemaal terug te voeren op details rond de bevalling.”

Meningen

“Er spelen natuurlijk veel verschillende componenten mee in de ontwikkeling van een kind. Maar vaak wordt er pas onderzoek gedaan als zich een probleem voordoet; als een kind zich anders ontwikkelt dan andere kinderen. Wat je ziet, is dat ouders nu nog best vaak hun neus stoten voor ze de juiste ondersteuning krijgen. Binnen hun omgeving krijgen ze te maken met allerlei meningen en niet-onderbouwde diagnoses, iedereen is ineens een deskundige. Voor ‘ander gedrag’ is niet altijd begrip. Daarom denk ik dat het alleen maar goed is dat dit onderzoek wordt gedaan. Als je kinderen al vanaf de zwangerschap volgt, kun je bepaalde zaken misschien al veel eerder signaleren of bijsturen.”

Opleiding

“Ik ben nu 32 jaar verloskundige. Ik wilde altijd al graag een zelfstandig beroep, maar ik werd tot twee keer toe uitgeloot voor medicijnen. Mijn studentenkamer in Amsterdam lag tegenover de praktijk van Beatrijs Smulders. ‘Misschien is dát wel wat voor me,’ dacht ik. Er waren drie opleidingen tot verloskundige in Nederland met in totaal maar zestig plekken per jaar en er gold een strenge selectie. Ik ging langs bij Beatrijs Smulders voor een gesprek, en voor ik het wist was ik de enige van mijn jaar die meteen bij de eerste keer door de selectie heen kwam. Alle anderen waren al wat ouder en hadden al enige beroepservaring, terwijl ik nog maar 19 was; ik voelde me nog zo jong en dom” [lacht].

Feestje

“Wat mijn vak zo mooi maakt, is dat je een tijdlang intensief deel uitmaakt van een bijzondere periode in mensen hun leven. Je leert het stel kennen en je begeleidt hen in het hele proces; van de voorbereiding op de bevalling tot de kraamtijd en de nacontrole. Ik probeer er altijd een feestje van te maken. Veel mensen ervaren hun zwangerschap als iets moois en positiefs, maar soms komt iemand door pijn of oververmoeidheid in een negatieve spiraal terecht. Als verloskundige ben je er voor zo iemand, samen met de andere zorgverleners zoals fysiotherapeuten. Je wil iedereen die positieve beleving geven. Ook vind ik het belangrijk om vrouwen in hun eigen kracht de bevalling te laten doormaken.”

Voorbereiding

“De afgelopen jaren is er veel veranderd in hoe vrouwen hun zwangerschap beleven. Vroeger namen ze de tijd om een cursus te doen. Nu zeggen ze: ik kijk wel een filmpje op internet. Iedereen is zo druk, ik zie die vrouwen alleen maar rennen. Maar een YouTube-video weegt niet op tegen de beleving van een cursus. Je merkt soms dat sommige mensen dénken dat ze voorbereid zijn en dan blijkt dat ze, als ze de baring ingaan, toch echt een stukje voorbereiding missen. Ik zeg: je hoeft niet alleen maar te rennen. Je mág ook gewoon lekker zwanger zijn.”

 

Peggy Liefferink is verloskundige bij praktijk De Ronde Venen in Mijdrecht.