Logo Universiteit Utrecht

YOUth

Blog

Tieners in lock-down: aan huis gekluisterd en toch verbonden?

Tieners in lock-down staan voor een lastige opgave. Juist terwijl het leven van jongeren volledig is ingericht op het loskomen van ouders, vragen we ze om thuis te blijven. Sociale media biedt een plek om zonder ouders toch onder leeftijdsgenoten te zijn. Waarom is de sociale omgeving van jongeren zo belangrijk voor hun ontwikkeling? En wat leert de wetenschap ons over de rol van sociale media in coronatijd?

Vanuit  biologisch oogpunt is het logisch dat jongeren zo druk zijn met sociale media. Of het nu coronatijd is of niet. De adolescentie (tussen 10-24 jaar) is namelijk een fase van ontwikkeling waarin een zelfstandig sociaal leven onmisbaar is. Onderzoek naar de groei van het brein over de jaren geeft ons steeds meer inzicht in de mechanismen achter deze vormende en unieke periode van het leven. Zo weten we dat hersengebieden die zorgen voor de motivatie om sociaal te zijn een enorme groeispurt maken tijdens de tienerjaren.

 

Sociale prikkels voor het puberbrein

In vergelijking met de hersenen van jonge kinderen en volwassenen is het puberbrein veel sterker afgesteld op sociale prikkels. Als een tiener bijvoorbeeld kijkt naar gezichten of een virtuele game speelt met anderen in een hersenscan zien wetenschappers dat het brein sterk reageert. Delen van het brein die bijvoorbeeld te maken hebben met het controleren van impulsen of lange-termijn plannen ontwikkelen nog door tot je 25e. Dat de hersenen op deze manier gevormd worden zorgt ervoor dat tieners extra behoefte hebben aan sociale contacten en meer beloning halen uit sociaal geaccepteerd worden.

Een periode van sociale isolatie tijdens deze vormende fase van het leven is daarom uitzonderlijk schadelijk voor de ontwikkeling van jongeren. In verbinding zijn met vrienden, al is het via sociale media, kan dus  uitkomst bieden.

 

Beloningen via likes

Via sociale media kanalen kunnen tieners hun wereld met vrienden vormgeven. Ze praten met elkaar, spelen games en leren hoe ze zichzelf moeten uitdrukken en presenteren naar leeftijdsgenoten. In recente studies onderzochten wetenschappers hoe de hersenen van een groep jonge mensen reageren op het ontvangen en geven van likes, zoals met de app Instagram. Dit soort experimenten laten zien dat de reactie van de hersenen op het krijgen of geven van een like vergelijkbaar is met het verwerken van offline sociale prikkels. Inderdaad, ondanks het schermpje ervaren jongeren het sociale aspect van de platforms zeker als belonend. Het chatten, liken en delen is eigenlijk precies waar tieners aan toe zijn. Vooral als het gaat om het sociale contact dat ze moeten missen in corona-tijd.

 

Online wereld in je broekzak

Weer andere wetenschappers laten zien dat vriendschappen zelfs versterkt worden door het bijhouden van regelmatig online contact. Het is dan ook niet verrassend dat recente wetenschappelijke studies aantonen dat sociale verbintenis tijdens de lock-down, zowel offline als online, een positief effect heeft op onze mentale gezondheid. Toch hoor je ook veel negatieve geluiden in de media. Jongeren zouden bijvoorbeeld snel gestrest raken van de continue aanwezigheid van de online wereld in je broekzak. Tot nu toe is de wetenschap er nog niet in geslaagd een eenduidig beeld van het effect van sociale media op het welzijn van jongeren te schetsen. Wel weten we dat de meeste jongeren vaak juist heel goed in staat zijn om de gebreken van de online wereld in perspectief te zetten. De dreiging van sociale isolatie, een mentale dip of depressie waar elke jongere tijdens de huidige crisis voor moet waken, lijkt groter dan het eventuele gevaar dat sociale media met zich mee brengen.

Daarom is het in tijden van corona juist belangrijk om het positieve aspect van sociale media in te zien. De wetenschap zal zich moeten focussen op hoe online vormen van interactie het beste in te richten zijn om de sociale ontwikkeling van jongeren verder te ondersteunen.

 

Deze blog is geschreven door Sterre van Riel, masterstudent Neuroscience & Cognition, specialisatie wetenschapscommunicatie aan de Universiteit Utrecht.