Logo Universiteit Utrecht

YOUth

Nieuws & Blog

Hersenen, gedrag en omgeving spelen gezamenlijke rol bij de ontwikkeling van gedragscontrole

‘Niet doen!’ en ‘Pas je wel op!’ zijn misschien wel de meest gebruikte zinnen tijdens de opvoeding. Het gedrag van kinderen lijkt gedreven door impulsiviteit en risico’s. Toch zullen ze het als volwassene zonder deze waarschuwingen moeten doen. Wat is er voor nodig om dat te leren? Hoe leert een kind zijn eigen gedrag te controleren? YOUth-onderzoeker Dr. Matthijs Vink beschrijft in een wetenschappelijk artikel dat het essentieel is om hersenontwikkeling, gedrag en omgeving sámen te onderzoeken, als we zelfregulatie bij kinderen beter willen begrijpen. En dat is belangrijk, want kinderen met betere zelfregulatie zijn als volwassene succesvoller.

 

Controle over je gedrag

Bij een gezonde ontwikkeling ontwikkelt een kind met de jaren controle over zijn gedrag, emoties en gedachten. Ook wel zelfregulatie genoemd. Daarmee leer je je bijvoorbeeld   aan te passen aan de geldende regels van de samenleving.

Hoe goed een kind zelfregulatie ontwikkelt wordt grotendeels bepaald door de omgeving en ervaringen van het kind. Ouders helpen bijvoorbeeld door regels en grenzen te stellen en door het goede voorbeeld te geven. En dan zijn er nog leraren en leeftijdsgenoten met hun eigen regels, feedback en voorbeeldgedrag. Maar ook het eigen gedrag van een kind bepaalt de ontwikkeling van zelfregulatie: een kind dat zich vervelend gedraagt op school doet andere ervaringen op, dan een kind dat goed luistert naar de leraar.

 

Groeiende hersenen

Ondertussen ontwikkelen ook de hersenen: van een brei met veel cellen naar een strak georganiseerd orgaan met juist minder cellen die veel efficiënter met elkaar communiceren. Het is een lerend orgaan dat zich aanpast aan de omgeving. Maar het is ook hét orgaan dat aanpassing aan de omgeving mogelijk maakt. Hersenen en omgeving zijn dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Zo zorgt een efficiëntere hersenactiviteit voor betere aandacht waardoor je langer kan concentreren. Hierdoor kun je beter opletten op school, en ben je beter in staat om nieuwe dingen te leren. Zonder goede zelfregulatie blijft een kind misschien wel vervelend doen in de klas, met als gevolg slechte feedback van docent en leeftijdgenoten, wat weer invloed kan hebben op de ontwikkeling van de hersenen. Het is belangrijke zo’n negatieve spiraal te stoppen, omdat de gevolgen hiervan zelfs in de volwassenheid zichtbaar kunnen zijn.

 

Meer succes

Het mag duidelijk zijn: zelfregulatie is belangrijk. Zo belangrijk dat de mate van zelfregulatie tijdens je kindertijd een positieve invloed heeft op je gedrag als volwassene. Kinderen met een betere zelfregulatie hebben als volwassen meer succes!

Maar hoe deze ontwikkeling precies verloopt en welke factoren wanneer het meest belangrijk zijn, weten wetenschappers nog niet zo goed. Het onderzoeken van de ontwikkeling van kinderen is niet gemakkelijk. Er is al veel onderzoek gedaan, maar bijna altijd worden de factoren hersenontwikkeling, gedrag en omgeving los van elkaar onderzocht. Onderzoeker Dr. Matthijs Vink zegt: “Om de ontwikkeling van zelfregulatie echt goed te begrijpen is het essentieel dat deze drie factoren samen worden onderzocht.

Door meer inzicht in zelfregulatie kunnen kinderen eerder geholpen worden zodat ze niet buiten de boot dreigen te vallen.”

 

Zelfregulatie bij YOUth

Ook bij YOUth wordt zelfregulatie onderzocht. Jeugdonderzoeker Marissa Hofstee in dit interview over haar onderzoek naar zelfregulatie met data uit het YOUth-onderzoek.