Logo Universiteit Utrecht

YOUth

Nieuws & Blog

Jeugdonderzoeker Yentl de Kloe over haar werk als onderzoeker én als onderzoeksassistent bij YOUth

Als je in het KinderKennisCentrum een lange blonde dame met een grote lach op haar gezicht ziet rondlopen; grote kans dat het Yentl de Kloe is. Yentl is onderzoeksassistent én promovendus bij het YOUth-onderzoek. Dat betekent dat ze naast haar onderzoek ook zelf data verzamelt bij baby’s en peuters. “De combinatie vind ik leuk. En de baby’s zelf! Baby’s zijn heel komisch zonder het door te hebben.” ⁠

Voor haar onderzoek kijkt Yentl of de resultaten van de YOUth-onderzoeken een voorspellende waarde hebben voor gedrag op latere leeftijd. “Ik wil weten of de resultaten uit bijvoorbeeld het oogbewegingsonderzoek op jonge leeftijd, al iets zeggen over de sociale competentie (o.a. empathie, samenwerken, helpen) en gedragscontrole op latere leeftijd.”

Puzzelen voor je werk

Maar Yentl doet meer. “Ik heb een passie voor programmeren. Programmeren is net puzzelen.”  Een van de YOUth-onderzoeken is de ouder-kind interactie. Dit levert ongeveer 15 minuten aan beeldmateriaal op, dat allemaal met de hand wordt gecodeerd. De video’s worden bekeken en bepaalde handelingen van de ouder en het kind krijgen een code. Een tijdrovende klus. “Ik ga kijken of het lukt om dit proces te automatiseren.”

Waarom deed je dat?

Zoals gezegd is Yentl ook onderzoeksassistent en verzamelt ze dus zelf data bij kinderen. Onderzoek doen bij baby’s en kinderen is niet makkelijk, weet ook Yentl. “Waar volwassenen precies doen wat je vraagt, zoals stil zitten en met aandacht een taak uitvoeren, zijn kinderen veel in beweging, kun je ze weinig uitleggen en kunnen ze zich maar kort concentreren.” Daar komt bij dat het begrijpen van de resultaten lastiger is dan bij volwassenen. Yentl legt uit: “Als een baby ergens naar kijkt, kijkt hij er dan naar omdat hij het interessant vindt? Of omdat het nieuw voor hem is? Of omdat het gewoon een opvallend plaatje is? Gelukkig hebben we bij YOUth allerlei verschillende onderzoeksmethoden om toch een kijkje te nemen in het ontwikkelende babybrein, zoals eye-tracking en EEG.”

Leef je in

Dat onderzoek met baby’s best lastig is ondervond Yentl zelf: “Je kunt baby’s en peuters gewoon niet voor de gek houden. Je kan wel heel graag willen dat ze precies doen wat jij wilt, maar ze trekken zich daar niets van aan. De eerste keer dat ik zelf een baby moest meten, was ik super nerveus. Ik stond te trillen toen ik die kleine gaatjes van het EEG mutsje moest vullen met gel. En de baby reageerde daar meteen op. Ze was steeds aan het jammeren. Ik denk echt dat ze aanvoelde dat ik het spannend vond. Nu weet ik, dat als ik rustig ben en niet gehaast, dat de meeste baby’s goed meewerken.” Bij peuters is het belangrijk om de tijd te nemen en mee te gaan in de beleving van het kind. “Toen ik in het begin meeliep met een collega, vertelde zij bij het doornemen van de dag dat de het kind een mutsje op krijgt bij de EEG meting. Het was duidelijk dat de ouders de EEG best spannend vonden. Ik heb toen het kindje meegenomen en we zijn samen in het lab een EEG mutsje gaan passen. Dat hielp om het ijs te breken. Zowel voor de ouders als voor het kind. Voor een peuter is alles nieuw en onbekend. Gewoon door te laten zien wat het is, haal je het spannende er af. Dat kost wat meer tijd, maar ik vind het geweldig om te doen!”

Tips voor ouders

Inmiddels heeft Yentl de nodige ervaring als onderzoeksassistent. Op de vraag hoe ouders zich het beste kunnen voorbereiden op een onderzoeksdag, vertelt Yentl: “Bij de peuters (Rondom 3) helpt het als ouders thuis al – met het boekje dat ze van ons krijgen – de dag doornemen met hun kind. De kinderen komen in een nieuwe situatie met allemaal nieuwe mensen, dat is voor een kind super spannend. Bereid ze daar op voor. Sommige ouders maken er bijvoorbeeld een uitje van. Ze vertellen hun kind dat de dag anders is dan anders. Dat werkt goed.” En bij baby’s? “Als ouder kan je dan eigenlijk niet veel doen. Je hebt er zo weinig zeggenschap over. Wat ik wil meegeven is, dat je als ouder zo veel vragen magen stellen als je wil. Voel je niet bezwaard om te vragen wat we met je kind doen.”