Logo Universiteit Utrecht

YOUth

Nieuws & Blog

Meehelpen aan een antwoord op onze onderzoeksvraag tijdens Summerschool Junior

Je zou denken dat het in deze tijd van het jaar muisstil is op het Utrecht Science Park. Het nationaal hitteplan is in werking en veel studenten genieten al volop van hun welverdiende vakantie. Maar er zijn tientallen enthousiaste kinderstemmen te horen en de fietsenstalling staat vol met kleurrijke fietsjes. Meer dan 500 kinderen uit heel Nederland doen deze week namelijk mee aan Summerschool Junior. Met een eigen collegekaart om hun nek verkennen ze allerlei faculteiten van de Universiteit Utrecht. Zo ontdekken ze de wondere wereld van de wetenschap. Weer eens wat anders dan een middagje bij het zwembad chillen!

De wetenschappers in de dop krijgen les over vleesetende planten en brengen een bezoek aan de sterrenwacht Sonnenborgh. Ook krijgen de nieuwsgierige kinderen een inkijkje in het leven van een ridder en zoeken ze in een laboratorium naar schimmels en bacteriën. Natuurlijk kan ook het KinderKennisCentrum niet ontbreken met een eigen programma over de hersenen. Deze week voor mij geen nieuwsbrieven maken, artikelen schrijven en berichten op social media plaatsen. Mijn functie in het communicatieteam van YOUth verwissel ik tijdelijk voor een plek in het team van programmamakers van Summerschool Junior.

Foto: Lize Kraan

Quizmaster

Op het plein van het KinderKennisCentrum rennen de jonge onderzoekers van A, naar B of dan toch naar C. Ze doen namelijk mee aan de grote ‘Super Brein ren-je-rotquiz’ die ik voor ze heb bedacht. Mijn rol van vandaag: quizmaster! “Je hersenen bestaan vooral uit… A. Water B. Zuurstof C. Spieren”, lees ik voor. Waar het ene kind linea recta naar een antwoord rent, staat een ander kind nog twijfelend hardop te redeneren. “Ik weet dat je lichaam voor 80 procent uit water bestaat, maar is dat dan ook zou voor je hersenen?” Ik zie een grote groep bij antwoord ‘C. Spieren’ staan. “Durf maar naar het antwoord te gaan dat jij zelf denkt dat het beste is”, moedig ik aan. Zodra iedereen een plek gekozen heeft, kijk ik het kleine groepje bij antwoord ‘A. Water’ vrolijk aan. “Jullie hebben het goed, dus allemaal één punt voor jullie! Je hersenen bestaan zelfs voor wel 75 procent uit water.”

Meisjes plagen

Tijd voor een spannende vraag. “Jongens hebben grotere hersenen dan meiden, dus ze zijn slimmer”, stel ik. De kinderen moeten kiezen tussen antwoord ‘A. Waar’ en ‘B. Niet waar’. Veel meiden gaan meteen bij ‘Niet Waar’ staan. De jongens moeten eerst lachen maar toch kiezen de meesten ook voor ‘Niet Waar’. “Want meisjes ontwikkelen zich sneller”, reageert de één. “Maar één deel van de zin klopt”, zegt de ander. Het spel winnen, blijkt voor de jongens belangrijker dan meisjes plagen. Om nog even in die giechelsfeer te blijven, vraag ik: “Jullie krijgen straks een college over het MRI-apparaat. Wat denken jullie, kan je via dat apparaat zien of je verliefd bent?” De meningen zijn verdeeld, maar de stelling blijkt waar te zijn. Als je stapelgek op iemand bent, maak je het stofje dopamine aan. Dat stofje is niet te missen op de hersenscan. “Als ik wil weten of een meisje verliefd op mij is, stop ik haar voortaan gewoon in het MRI-apparaat”, merkt een jongen op.

De hersenen van een Minion scannen

Foto: Lize Kraan

Ondertussen staan in het MRI-lab allerlei kinderen gefascineerd om de oefenscanner heen. Op het bedje ligt een Minion, die straks de scanner in gaat. Maar eerst moet hij gehoorbescherming op tegen het harde geluid van het apparaat. Wie helpt er mee? Onwijs veel vingers gaan de lucht in. Er zijn nog veel meer zwaaiende handen te zien als gevraagd wordt wie er zelf eventjes in het apparaat wil liggen. Bijna alle kinderen willen wel een foto van hun eigen hersenen mee naar huis. “Helaas, dit is een oefenscanner dus dat kan niet. Maar als je meedoet aan ons onderzoek, lukt dat trouwens wel!” vertelt assistent Femke.

Onderzoekend leren

Na een kennismaking met het mensenbrein, gaan de jonge ‘studenten’ zelf hun eigen onderzoek doen. Ze ontwikkelen een methode om antwoord te geven op de hoofdvraag van het YOUth-onderzoek: ‘Hoe bijzonder is iedereen precies?’ In het lokaal liggen meetlinten, stopwatches, spiegels en rekenmachines. Aan de kinderen de taak om een eigen manier te bedenken waarmee ze onderlinge verschillen kunnen aantonen. De verschillen mogen over van alles gaan, als ze maar aan bepaalde hersenfuncties gekoppeld zijn. Eén groepje is nieuwsgierig naar het reactievermogen en besluit daar meer over te willen leren. Ze doen een experiment waarbij iemand willekeurig een liniaal laat vallen terwijl de ander het liniaal moet opvangen. De conclusie van hun eigen mini-onderzoek: oudere kinderen hebben een sneller reactievermogen dan jongere kinderen.

Over een paar jaar terug

Foto: Lize Kraan

Als de kleine wetenschappers weer worden opgehaald, zijn wij best een beetje moe. Wat een energie nemen ze mee naar het KinderKennisCentrum! Maar ik voel me voldaan, omdat ik zeker weet dat veel kinderen vandaag hebben ontdekt hoe fantastisch de wetenschap is. Ik twijfel er niet aan dat ik een aantal kinderen over een paar jaar terug zal zien op de Universiteit Utrecht. Al zullen ze natuurlijk niet allemaal in Utrecht gaan studeren. Toen ik een meisje vroeg wat ze later wil worden, antwoordde ze: “Sorry, maar ik wil eigenlijk naar de TU Delft. Hopelijk kan ik als ik groot ben meebouwen aan de hyperloop, de supersnelle trein die ze daar aan het maken zijn.” Lieve, nieuwsgierige onderzoekers, ik wens jullie veel succes met alles wat jullie nog gaan ontdekken!

 

Flore is behalve quizmaster ook communicatiemedewerker van het YOUth-onderzoek. Ze is medeverantwoordelijk voor de werving en het behoud van de deelnemers. Help je mee?

Lees ook: