Logo Universiteit Utrecht

YOUth

Nieuws & Blog

Wat kunnen we zien aan je DNA?

Bij YOUth verzamelen we lichaamsmateriaal (zoals bloed, wangslijmvlies en haar) van kinderen en ouders die meedoen aan ons onderzoek. Het bloed en wangslijmvlies gebruiken we onder andere om te kijken naar erfelijkheid. Dat kun je onderzoeken door middel van DNA. Die afkorting heb je misschien weleens gehoord. Maar wat is DNA precies, en wat kunnen wij van YOUth er allemaal aan zien? 

Professor Bovenkamer geeft antwoord!

Professor Bovenkamer met DNADexoxyribo…wattes?!

Laten we beginnen met wat DNA eigenlijk is. De afkorting DNA staat voor Desoxyribonucleic Acid (in het Nederlands: desoxyribonucleïnezuur). Probeer dat maar eens uit te spreken! In je DNA liggen alle erfelijke eigenschappen opgeslagen die je vader en moeder aan jou hebben doorgegeven. Of je blond of donker haar hebt bijvoorbeeld, maar ook hoe je je gedraagt.

Die erfelijke eigenschappen zitten in je genen. Dat zijn stukjes informatie in je DNA, waar je er duizenden van hebt. De helft van je genen erf je van je moeder, en de andere helft van je vader. Het DNA is voor (bijna) iedereen uniek. Dat van jou dus ook! Wel deel je de helft van je DNA met je broertjes of zusjes, als je die hebt. Alleen als je een eeneiïge tweeling bent, heb je precies hetzelfde DNA als je tweelingbroer of –zus.

Wat kunnen wij zien aan je DNA?

Een heleboel! We kunnen bijvoorbeeld zien of je je blauwe ogen aan je vader of je moeder te danken hebt. Maar niet alleen je uiterlijk is erfelijk bepaald, dat geldt ook (deels) voor je gedrag. Wist je dat je zelfs aan DNA kunt zien of iemand snel of juist langzaam boos wordt? DNA bevat namelijk genen die je gedrag en hersenontwikkeling beïnvloeden.

Bij YOUth willen we graag weten hoe goed kinderen zichzelf kunnen beheersen, en hoe makkelijk ze vrienden maken. Maar de genen die met sociaal gedrag en zelfbeheersing te maken hebben kennen we nog niet zo goed. Die hopen we dus te gaan vinden!

Aangeleerd of aangeboren?

Twee broertjes

Twee broertjes delen de helft van hun DNA.

Onze onderzoekers willen dus ontdekken welk gedrag en welke eigenschappen erfelijk zijn bepaald, en welke dingen vooral door je omgeving komen: het gezin waarin je opgroeit of wat je eet, bijvoorbeeld (daarom stellen we zoveel vragen over eten!). Je omgeving en je genen hebben trouwens ook nog invloed op elkaar. Hóe die twee elkaar beïnvloeden, bepaalt mede hoe je je ontwikkelt.

Een voorbeeld: wij denken dat het uitmaakt hoe je ouders met je omgaan terwijl je opgroeit. Als in jouw genen staat ‘geschreven’ dat je snel boos wordt of erg verlegen bent, hoeft dat niet altijd zo te blijven: je opvoeding bepaalt dat mee. Hoeveel is aangeleerd, en hoeveel is aangeboren? Dat is een vraag die wetenschappers al heel lang stellen. Jij helpt ons daar meer over te leren!

Lees ook